![]() |
|
Nederland
|
|
Nieuwsberichten |
|||||
|
|
Kantoorgebruikers zijn op zoek naar flexibiliteit. De eerste stap in deze zoektocht is het verkopen van de eigen huisvesting en ruimte gaan huren. Een van de volgende stappen is de lengte van het huurcontract verkorten. Uit het nieuwste onderzoek van DTZ Zadelhoff blijkt dat huurders hierin inmiddels ver gevorderd zijn. Tegenwoordig committeren huurders zich gemiddeld niet voor langer dan 4 jaar aan een huurcontract. Deze trend gaat tegen de wensen van beleggers in. Zij zijn in de huidige moeilijke markt meer dan tevoren op zoek naar zekerheid. Al eerder is door DTZ Zadelhoff gewezen op de daling van de lengte van huurcontracten, maar het is voor het eerst dat een langjarige reeks van huurcontracten (ruim 2700 contracten), waarbij optiejaren buiten beschouwing zijn gelaten) met betrekking tot kantoorruimte werd geanalyseerd. Met deze analyse is aangetoond dat huurcontracten van gemiddeld 10 jaar en langer, zoals die in de vroege jaren negentig veel voorkwamen, werkelijk een schaars goed zijn geworden. Midden jaren negentig was de gemiddelde contractduur al teruggelopen tot 5 jaar. In de laatste 10 jaar is de daling in contractduur afgezwakt. In 2005 hebben nieuw afgesloten huurcontracten een gemiddelde looptijd van 4 jaar.
Dat de daling in lengte van een gemiddeld huurcontract stagneert is logisch. Inmiddels heeft de huurder de gewenste flexibiliteit met betrekking tot de huisvesting bereikt. Immers, vaker dan eens per 4 jaar verhuizen is in financieel en bedrijfskundig opzicht onaantrekkelijk. Bovendien zullen eigenaren van traditionele kantoorhuisvesting (in tegenstelling tot eigenaren van flexibele kantoorconcepten) niet graag bereid zijn om nog kortere huurcontracten aan te gaan, daar dit de waarde van hun vastgoed direct negatief beïnvloedt. Er lijkt een balans te zijn bereikt. Wel lijkt naast deze trend van het streven naar flexibiliteit ook de marktsituatie een rol te spelen in de lengte van nieuw afgesloten huurcontracten. Zo is de lengte van nieuw afgesloten huurcontracten weer langzaam iets gestegen ten opzichte van een paar jaar geleden. Uit de huidige cijfers blijkt dat de gemiddelde looptijd van huurcontracten in de topjaren begin deze eeuw het laagst was (3,2 jaar in 2001). Inmiddels is de situatie anders. De kantoorwerkgelegenheid in Nederland is de laatste jaren afgenomen, terwijl de voorraad is gegroeid tot ruim 43 miljoen vierkante meter. Concentratieprocessen hebben de laatste paar jaar opnieuw geleid tot een vraag naar tijdelijke oplossingen, zij het in veel mindere mate dan in de topjaren. Vanuit het oogpunt van de belegger geredeneerd is het nu bovendien veel minder aantrekkelijk om korte huurcontracten aan te gaan. Wanneer in de huidige markt een kantoor leeg komt te staan is het relatief moeilijk om een nieuwe huurder te vinden, laat staan dat een stijging in huurniveau kan worden bewerkstelligd. Beleggers zullen daarom proberen om huurders voor een zo lang mogelijke periode aan zich te binden.
|
||||
|
|
|||||